Berry Powel wil behalve met De Graafschap ook zelf hogerop: 'Maximale eruit halen'
In dit artikel:
Berry Powel, voormalig spits en nu technisch directeur van De Graafschap, heeft dit seizoen zijn handelsmerk — resultaatgericht en soms doortastend handelen — ook buiten het veld laten zien. Onder zijn leiding verkocht de club in de winterstop drie spelers voor in totaal ruim twee miljoen euro, waardoor de begroting werd versterkt en de salariskosten daalden. Dat gaf ruimte om de selectie na de ingrijpende zomermetamorfose kwalitatief in balans te houden en jonge talenten te laten doorgroeien.
De ploeg eindigde als vierde in de Eerste Divisie en mag op 6 mei direct instromen in de play-offs om promotie; Powel ziet dat als een kans om zich optimaal voor te bereiden met een trainingskamp in Delden. Zijn prioriteit is eerst het bereiken van de finale; daadwerkelijke promotie naar de Eredivisie noemt hij op dit moment nog niet realistisch — wel het ultieme doel als het bereik-baar blijkt. De play-offs zijn volgens hem onvoorspelbaar: “Je kunt van iedereen winnen en verliezen.”
Powel prijst de speelstijl onder de technische staf: aantrekkelijk, drukvol voetbal dat het publiek vermaakt en waarin De Graafschap veel doelpunten maakt. De club zette bovendien afspraken over technische continuïteit: er is eerder besloten dat Thomas Duivenvoorden volgend seizoen doorgroeit, terwijl Marinus Dijkhuizen op het hoogtepunt vertrekt — volgens Powel een bewuste breuk met de veelal onrustige trainerstraditie van eerder.
Sportief zijn sleutelspelers onderwerp van aandacht. Aanvoerder en topscorer Reuven Niemeijer heeft een aflopend contract en overweegt mogelijk een stap hogerop; er ligt wel een aanbod, maar nog geen akkoord. Middenvelder Teun Gijselhart wekt veel belangstelling binnen- en buitenland vanwege zijn ontwikkeling en instelling; zijn toekomst hangt zowel van interesse van buiten als van De Graafschap’s sportieve plannen af.
Powel zegt te blijven streven naar verbetering: hij werkt nog steeds ‘als een topsporter’, eist inzet en heeft ambities, maar erkent dat het voetbal ook tegenwind kan brengen. Zijn contract loopt nog één jaar; hij blijft onderzoeken waar zijn plafond ligt terwijl hij de club financieel en sportief wil doorontwikkelen.